Hoofdstuk 37

37. Bordspel in Frankrijk in de periode 1500-1700
 Hoofdstuk 36 samengevat: in na-middeleeuws Duitsland was schaken maatschappelijk onzichtbaar. Hoofdstuk 37 bewijst: datzelfde geldt voor Frankrijk. Waar ik voor Duitsland mijn visie hard kon maken met schilderijen en tekeningen moet ik me voor Frankrijk tevreden stellen met de taal, maar de bewijsvoering is niettemin spijkerhard.

Nederland 2019 en 2600
 Een Nederlandse fabriek adverteert anno 2019 met dit platte tweezijdig bespeelbare bord.
Dam+schaakbord

 De zijde met 64 vakjes is voor schakers, de zijde met 100 vakjes is voor dammers.
Het bord heeft twee namen. In het blad van de Nederlandse Schaakbond prijst de fabrikant het aan als schaakbord, in het blad van de Nederlandse Dambond als dambord. Het bord als meubel heeft geen eigen naam.
Ik schrijf dit hoofdstuk in 2019. Stel dat het damspel in Nederland in 2100 bijna verdwenen is maar dat de fabrikant hetzelfde type bord blijft produceren. Welke naam geeft hij het bord dan in zijn advertenties? Een schaakbord, want die functie heeft het voor de Nederlanders. Dambord en schaakbord zijn functienamen.
In het jaar 2600 wil een historicus de positie vaststellen van het schaakspel en het damspel in de Nederlandse samenleving van de 21e eeuw. In twee wereldoorlogen is Nederland van de kaart geveegd, alles wat van Nederland en zijn cultuur overbleef waren enkele archiefstukken van de bewuste spelbordenfabrikant, met plaatjes van het bord en de namen ervoor. De historicus wrijft in zijn handen: ‘Wat een gelukkig toeval! Het archief stelt mij in staat conclusies te trekken’. En hij noteert: “In de eerste decennia van de eeuw noemde de fabrikant zijn bord zowel schaakbord als dambord. Conclusie: schaken en dammen waren toen in Nederland even populair”. Hij bladert verder door de papieren en noteert: “In de laatste decennia van de 21e eeuw noemde de fabrikant zijn bord alleen nog schaakbord”. Waarop hij zijn conclusie laat volgen: “In de loop van de eeuw stapten Nederlanders massaal over op het schaakspel; het damspel verdween”.
We kunnen dus conclusies trekken over de populariteit van een bordspel wanneer we het spelmateriaal kennen alsmede de naam van de spelen die met dit materiaal worden gespeeld.

De naam voor dambord in het moderne Frans
 De huidige Franse naam voor het dambord is damier. Dit woord heeft echter een tweede betekenis: spelbord, voor welk spel dan ook. Die betekenis geeft ons informatie: ergens in het verleden kreeg een spelbord waarmee de Fransen meerdere bordspelen speelden de naam damier. Anders gezegd: het damspel was in die tijd zo populair dat dit spelbord werd geïdentificeerd met het damspel. In het vervolg maak ik duidelijk wanneer en hoe dit gebeurde.

De 16e eeuw
 Het proces van identificatie vond plaats in de 16e eeuw. Voor de bewijsvoering achter dit hoofdstuk verwijs ik naar het overzicht van Franse spelbordnamen tussen 1400 en 1800 in Stoep 2005,20072:113.
Om dit overzicht te kunnen maken, stelde ik vast welke typen bord Franse meubel-makers tussen 1400 en 1800 vervaardigden en hoe deze borden werden genoemd. Tussen 1400 en 1700 ‒ik beperk me tot drie eeuwen‒ zijn er twee typen in gebruik geweest.
In de middeleeuwen ging het om het tweezijdig bespeelbare platte bord met een patroon voor triktrak en een patroon van 64 ruiten, zie hoofdstuk 13. Net als in het Nederlands in onze tijd had het bord functienamen: het triktrakpatroon heette tablier, het ruitenpatroon eschequier = schaakbord of merellier = dambord.
In tegenstelling tot het hedendaagse Nederlandse meubel had het bord als geheel een eigen naam: tablier. Een dergelijke naam noemen we een collectivum, letterlijk “verzameling”. De woorden bos en leger zijn er andere voorbeelden van: een bos is een verzameling bomen en planten, een leger is een verzameling soldaten en officieren.

De speldoos
 Na de middeleeuwen kwam de speldoos op; het meubel bleef ruwweg in de 16e en 17e eeuw in zwang (hoofdstuk 33).
De speldoos had vier spelfuncties: het was molenbord, schaakbord, triktrakbord en dambord. Het Frans voor drie functies een benaming.
Niet voor het molenbord. Dat heeft te maken met de maatschappelijke positie van het molenspel: het werd veel gespeeld maar bezat weinig maatschappelijke status. Het gebrek aan status is zichtbaar in de taal: noch het molenbord (rechtsonder, patroon van een gesloten speldoos) noch de molenschijf had een eigen naam, zie hoofdstuk 34.
speldoos Eger 214 molenbord Duits eind 17e eeuw

 De Franse functienaam voor het schaakbord (linksboven, patroon van een gesloten speldoos) was eschequier (tegenwoordig échiquier).
In de 16e en 17e eeuw had eschequier daarnaast de betekenis triktrakbord. Ik zeg dit verkeerd: eschequier had toen vooral de betekenis triktrakbord.
Waarom? Dat is een regelrecht gevolg van het verdwijnen van de middeleeuwse naam voor het triktrakspel rond 1500. Die middeleeuwse Franse naam was jeu de tables. De Fransen zaten toen verlegen om een naam voor het populaire triktrakspel en confisqueerden de naam jeu des eschecs. Die naam betekende weliswaar schaakspel maar werd nauwelijks gebruikt; hij was dus vrij. Zie voor dit proces hoofdstuk 16. Ook de bordnaam eschequier was dus vrij om te worden gebruikt door andere gebruikers dan schakers. Welnu, in de 16e en 17e eeuw was de betekenis van eschequier vooral triktrakbord (onder, patroon van een open speldoos).
Conclusie: in de 16e en 17e eeuw was schaken in Frankrijk voor het grote publiek een onzichtbaar spel. Triktrak daarentegen was populair.
speldoos Eger 210

 Het damspel dan. De Franse functienaam voor het dambord was tussen 1500 en 1700 tablier à jouer aux dames, letterlijk “bord om te dammen”. Praktischer was de naam tablier, gebruikt in de tweede helft der 17e eeuw. Een opmerkelijke naam, omdat het woord tablier de algemene betekenis heeft van spelbord, voor welk spel dan ook. Deze betekenisversmalling suggereert dat de Fransen bij het woord tablier vooral dachten aan een dambord.
Had het Frans voor de speldoos ook een collectivum, zoals in de middeleeuwen voor het tweezijdig bespeelbare bord? Ja, zelfs twee.
De eerste is tablier à jouer, een naam die we vinden in woordenboeken. Dat lijkt eerder een definitie dan een naam uit de praktijk.
De tweede naam voor de speldoos, damier, lijkt praktischer. Deze naam promoveerde van functienaam tot collectivum. We mogen, nee: moeten!, eruit opmaken dat de speldoos vooral uit de kast werd gehaald voor een spelletje dammen. Als gevolg hiervan kreeg het gehele meubel de naam damier: de functienaam werd collectivum. De leraar vroeger op school gaf dit verschijnsel de naam pars pro toto. Ik gebruik op deze site de naam Engeland als pars pro toto voor het Verenigd Koninkrijk.
Damier behield zijn collectieve betekenis tot de dag van vandaag. Het woord illustreert hoe diep een linguïst moet graven om de betekenis van een woord te verklaren!
De woorden tablier en damier getuigen elk op zijn eigen manier van de grote populariteit die het damspel in 16e- en 17e-eeuws Frankrijk genoot.

Hoofdstuk 36 en 37
 Hoofdstuk 36 samengevat: in na-middeleeuws Duitsland was schaken een onzichtbaar spel, een 64-veldenbord werd geïdentificeerd met dammen. Hoofdstuk 37 samengevat: in na-middeleeuws Frankrijk was schaken een onzichtbaar spel. En: dammen was veruit het populairste spel. Triktrak en misschien ook het molenspel waren in Frankrijk spelen van het tweede plan.