Hoofdstuk 51

51. De kale koning
 De Fransman André Philidor drukte in 1749 zijn spijt uit over de wijze waarop zijn tijdgenoten schaakten. “Ze rennen met zoveel mogelijk pionnen naar de overkant van het bord om ze in koninginnen om te wisselen”, schreef hij. “Vervolgens roven ze met die koningin of koninginnen het bord leeg”. Hij mopperde: dat is precies zoals dammers hun partijen spelen.
Deze tactiek, die niet strookte met de ideeën waarop volgens Philidor het schaakspel diende te worden gespeeld, kwam in het verleden vaker voor; ze is afhankelijk van de gehanteerde promotieregels. Steunend op het werk van Harold Murray en Richard Eales maak ik een overzicht van de promotieregels in een aantal schaakboeken.
De regels kunnen per persoon en/of per land verschillen [Murray 1913:810-1].

Damschaak onmogelijk
 Damschaak wordt onmogelijk indien de pion alleen mag worden omgewisseld voor een reeds geslagen stuk.
Voorstanders van deze regel zijn in Frankrijk Estienne Pasquier (afbeelding), “Les Recherches de la France”, Paris 1560, Jean La Marinière, “Maison académique” (1654) en zijn opvolgers, en Philidor. Natuurlijk staat deze regel ook in de Engelse vertaling van Philidor. Ze werd echter al gepropageerd door Francis Beale, “The Royall Game of Chesse-play” (1656) en door alle schrijvers van latere schaakboeken tot 1866 [Murray 1913:834].
Étienne_Pasquier_by_Thomas_de_Leu
Sommige schrijvers hanteren deze regel in een beperkte vorm: de pion mag alleen worden omgewisseld tot een geslagen koningin. In Duitsland waren er twee voorstanders: Lucas Wielius, “Schachzabel” (1606) en Gustavus Selenus, “Das Schach- oder König-Spiel” (1616). Het boek van Selenus is de vertaling van een Italiaanse versie van het boek van de Spanjaard Ruy Lopez uit 1561. De regel leidt tot de merkwaardige toestand dat de speler die met een pion die de achtste rij bereikt deze slechts kan promoveren indien de tegenstander bereid is zijn koningin te slaan; tot zolang blijft de pion daar wachten [Murray 1913:781]. De regel komt in Spanje al voor in een eind 15e-eeuws Catalaans gedicht en in “Repeticion de Amores: E arte de axedrez” van Luis de Lucena uit 1496-7 [Murray 1913:781,785].

Damschaak mogelijk
 De huidige promotieregel is ruimer dan de regels die ik hierboven noemde: in onze tijd mag ik de pion omruilen voor elk gewenst stuk. Die regel laat damschaak toe, maar voor zover mij bekend hebben schakers die combinatie van dammen en schaken weten uit te roeien. Wanneer dit gebeurde weet ik niet.
Damschaak werd gespeeld in contreien waar de speler elke pion die de achtste rij bereikte mocht promoveren tot koningin, hij hoefde niet te wachten tot zijn oorspronkelijke koningin was geslagen. Een speler kan dus zijn partij na zo’n promotie voortzetten met twee of meer koninginnen. Dit is de regel die Philidor wraakte, want hij verleidde tot damschaak.
Gustavus-Selenus-Kryptonym-für-Herzog-August-II-von-Braunschweig-Lüneburg+Das-Schach-oder-König Eerder werd volgens deze regel geschaakt in Duitsland, Spanje en Italië. Hij is bekend uit het werk van Gioachino Greco (1600-1634), maar kwam voor tot in de 18e eeuw [Murray 1913:833]. Dit zal het gevolg zijn van de grote invloed van Greco op de strategie waarmee werd geschaakt. Vooral na 1650 was zijn invloed groot, omdat toen de tijd rijp was om studie van het schaakspel te maken [Eales 1985:87]. Hij schreef vele manuscripten, die hij in Frankrijk en Engeland aan de man probeerde te brengen. De oudste dateren van de jaren 1619 en 1620 [Eales 1985:86].
Een speler die zich bezondigde aan damschaak sloeg alle vijandelijke stukken van het bord. Vanzelfsprekend behalve de koning, want die kan niet worden geslagen maar moet mat worden gezet. Met alleen een koning op het bord een koud kunstje.
In de schaakliteratuur heet zo’n eenzame koning een bare king, letterlijk een “kale koning”. Murray [1913:833] noemt de kale koning Spaans. Omdat de regel daar het eerst werd genoemd?
Damschaak werd niet op prijs gesteld. In Spanje hoefde degene die met een kale koning overbleef zijn tegenstander slechts de helft van de inzet uit te betalen [Murray 1913:812]. In Italië en Duitsland kreeg de winnaar niet meer dan een half punt. Voor Italië blijkt dit uit het boek van Allessandro Salvio, “Trattato dell’Inventione e arte liberale del gioco di scacchi” (1634) en naar Murray denkt ook de schrijvers die werkzaam zijn in Modena in de periode 1760-1780 [Murray 1913:833]. Voor Duitsland blijkt dit uit het boek van Selenus (1616), die een pamflet uit 1577 opnam waarin een onbekende meldt dat een speler die blijft zitten met een kale koning recht heeft op remise [Murray 1913:851].

De verleiding
 Behalve in Philidor’s Frankrijk kwam damschaak dus ook voor in Spanje, Italië en Duitsland. Bleef Engeland van het verschijnsel gevrijwaard? Het kwaad werd bestreden door de beloning voor de winnaar te halveren. Mag ik, of moet ik, hieruit concluderen dat damschaak het gebruikelijke spel was? De straf was opgenomen in de regels, dan kan het toch niet gaan om een incident.
Salvio
Een damschaker werd tot dit anti-schaak verleid, aldus Philidor, doordat hij zich liet beïnvloeden door de strategie waarmee hij een partij dammen opzette. Ik vond al eerder invloed van het damspel op het schaakspel: Spanje 15e eeuw (hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5), Nederland 18e eeuw (hoofdstuk 41 en hoofdstuk 42). Is ook het damschaak in Spanje, Italië en Duitsland weer het gevolg van invloed van het damspel? Het is mogelijk, maar het gevaar bestaat dat ik invloed van damspel op het schaakspel zie waar daar in het geheel geen sprake van is geweest. Het is niettemin een opmerkelijk verschijnsel, schaken dat op dammen lijkt.