Hoofdstuk 41

41. Schaken en dammen in Nederland 18e eeuw
 De Nederlandse historicus Johannes le Francq van Berkhey publiceerde tussen 1769 en 1778 een vierdelig werk met allerlei aspecten van het leven in de Nederlanden. Er waren vertalingen in het Frans (1781) en het Duits (1779-1782). Er wordt in Nederland veel gedamd en weinig geschaakt, deelde hij mee [1776 III:141]. Door het onderzoek van de Nederlandse dammer G. Bakker Wzn. in de jaren ’20 der 20e eeuw en het werk van opvolgers in de tweede helft der 20e eeuw, laat ik ze historische materialisten noemen ‒het werk wordt nog steeds voortgezet‒, kunnen we de woorden van Francq van Berkhey met cijfers onderbouwen. Onderzoek naar inventarissen in het Noord-Hollandse plaatsje Weesp uit de periode 1700-1780 leverde 12 damborden en 0 schaakborden op, onderzoek in de grotere stad Delft (Zuid-Holland) uit de periode 1700-1794 35 damborden en 3 schaakborden. Schaken was, zo constateerde ik in hoofdstuk 40, vroeger een spel dat werd gespeeld in de stad, niet daarbuiten. Zie voor bronnen Stoep 20072:70-80.

Damwoorden en schaakwoorden
 In de 18e eeuw waren er in Nederland weinig schakers en veel dammers, zo wijzen de cijfers uit. Die weinige schakers namen woorden van dammers over die te maken hadden met de promotie. Ik schets de context. Dat vergt een vracht aan exercities over woorden in het middeleeuwse Frans en ontleningen daarvan in het Spaans en het Nederlands, maar op een andere manier kan ik de zaak niet uitleggen.
De zaak? Nou, in de jaren dat ik aan m’n proefschrift werkte had het probleem veel weg van een gordiaanse knoop. Het Frans had bijvoorbeeld het woord dame = schaakkoningin en de spelnaam jeu de dames = damspel. “Het schaakwoord dame is ouder”, stelde de schaakhistoricus Harold Murray. “Jeu de dames betekent dus letterlijk ‘spel met schaakkoninginnen’, wat bewijst dat het damspel voortkomt uit het schaakspel”. Had Murray gelijk of ongelijk? Een jarenlange duik in het middeleeuwse Frans leerde me: hij had ongelijk. De spelnaam jeu de dames is namelijk ouder dan het woord dame = schaakkoningin.

Schaakkoninginnen

Middeleeuws Frans
 Om tot deze conclusie te komen, bestudeerde ik twee woorden in het middeleeuwse Frans.
Het eerste woord was dame = aanzienlijke vrouw. Dit woord is de voortzetting van het Latijnse woord domina = heerseres, aanzienlijke vrouw. Schrijvers legden dit woord vast vanaf de 11e eeuw.
Het tweede woord was dam = dam die water tegenhoudt, dijk. In de 13e eeuw werkten er in Noord-Frankrijk Vlaamse dijkwerkers om moerassen droog te leggen. Om zo’n moeras legden zij een dam of dijk in de vorm van een ring. Franse collegadijkwerkers namen de woorden dam en dijk van de Vlamingen over. Het woord dam werd uitgesproken zoals de Vlamingen het toen deden en zoals wij Nederlanders het vandaag nog doen. Zie voor deze ontlening hoofdstuk 3.
Uiterlijk in de eerste helft der 14e eeuw kreeg het Franse woord dam betekenisuitbreiding, dat wil zeggen nieuwe betekenissen. Dit gebeurde toen ergens in Europa dammers hun spel overzetten van het lijnenbord op het schaakbord; in welk land weten we niet. Franse dammers bedachten voor dit “nieuwe” damspel een naam. Ze gaven het woord dam = dam die water tegenhoudt, dam een nieuwe betekenis: rij velden die tegen de verhoogde bordrand aanligt en waar de damschijf promoveert. Kortweg promotierij. Uitgaande van dit woord dam = promotierij vormden zij nog in de 14e eeuw het zelfstandig naamwoord dammes = damspel en het werkwoord dammer = een schijf laten promoveren, letterlijk “de dam bereiken”. In de 15e (?) eeuw breidden zij het woord dam uit met de betekenis damschijf.
In de 14e of 15e eeuw verschenen er Franse schakers op het toneel: zij namen het zelfstandig naamwoord dam = promotierij en mogelijk ook het werkwoord dammer = een schijf laten promoveren van de dammers over. In schaaktermen: dam in de betekenis promotierij oftewel de rij velden waar de pion promoveert tot koningin, dammer in de betekenis een pion laten promoveren tot koningin, letterlijk “de dam bereiken”.

Klankverandering
 Taal evolueert. Taalkundigen uit bijvoorbeeld Nederland zijn bezig te achterhalen hoe hun middeleeuwse voorouders woorden uitspraken. Acteurs hebben op hun aanwijzingen middeleeuwse toneelstukken gespeeld. Voor moderne oren betekent dat wennen: tussen zeg de 14e en de 21e eeuw kunnen woorden een geheel andere uitspraak hebben gekregen.
Ook het Frans maakte veranderingen door. Het middeleeuwse Frans had een heleboel woorden met de A van het Nederlandse woord dam. Ik noem deze A de “doffe” A. Nog in de middeleeuwen begonnen de Fransen de doffe A in die woorden overal te vervangen door de “heldere” AA van het woord dame. Dus het zelfstandig naamwoord dam = promotierij en damschijf > dame, het zelfstandig naamwoord dammes = damspel > dames, het werkwoord dammer = een schijf of een pion laten promoveren > damer. (Het teken > betekent ‘wordt tot’).
De klankverandering zorgde voor homonymie: naast het oude woord dame = aanzienlijke vrouw stond het nieuwe woord dame = damschijf, promotierij in dam- en schaakspel.
In de 16e eeuw werd de situatie nog ingewikkelder: Franse schakers leenden toen van Spaanse schakers het woord dama in de betekenis schaakkoningin; de Franse vorm werd dame. Zie voor die schaakkoningin het volgende onderdeel van de tekst.

Het Spaans leent uit het Frans
 Het overgrote deel van de Spaanse woordenschat bestaat uit woorden die de voortzetting zijn van een Latijns woord. Daarnaast leenden de Spanjaarden woorden van andere talen, zoals het Frans. In de 13e eeuw bijvoorbeeld het woord dame = aanzienlijke vrouw; de Spaanse vorm is dama. Zie onder een verbeelding van middeleeuwse dames, luisterend naar een minstreel of troubadour.
In de 15e (?) eeuw leenden Spaanse dammers van hun Franse collega’s het zelfstandig naamwoord dam = damschijf en promotierij, het zelfstandig naamwoord dammes = damspel. Ook het werkwoord dammer = een damschijf laten promoveren tot dam? Spaanse schakers  volgden: zij leenden van Franse schakers het zelfstandig naamwoord dam = promotierij, Spaanse vorm dama. Ook het Franse werkwoord dammer = een schaakpion laten promoveren tot koningin?
Door de ontlening kreeg het Spaans er een homoniem bij: naast het oudere woord dama = aanzienlijke vrouw kwam het nieuwe woord dama = damschijf, promotierij te staan.
Het is nodig een opmerking te maken over de “doffe” Franse klank A in een woord als dam = dijk en de “heldere” Franse klank AA in een woord als dame = aanzienlijke vrouw. De Spanjaarden kennen de “doffe” A wel maar hebben een voorkeur voor de “heldere” AA. Het is dus goed voor te stellen dat de genoemde Franse dam- en schaakwoorden die zij ontleenden op dat moment door de Fransen werden uitgesproken met een “doffe” A.

hoofs ridderleven

De schaakkoningin
 Spaanse schakers gaven in de 15e eeuw de koningin een facelift door het stuk de huidige actieradius toe te staan. Het Spaanse schaakspel kreeg als het ware een nieuwe koningin. Schakers noemden die koningin dama. Dit woord is een nieuwe betekenis van het woord dama = rij waar de schaakpion promoveert tot koningin. De oorspronkelijke betekenis van het “nieuwe” woord dama was koningin ontstaan door promotie van een pion. Schakers breidden al snel de betekenis uit tot koningin, of het nu ging om de koningin die in de beginstelling naast de koning op het bord staat of een koningin ontstaan door promotie. Zie voor de gebeurtenissen in Spanje en de naamgeving hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5.
De etymologie van het Spaanse woord dama = schaakkoningin is dus > Spaans dama = rij velden waar de schaakpion promoveert tot koningin < Frans dam = rij velden waar de schaakpion promoveert tot koningin < Fr. dam = rij velden waar de damschijf promoveert tot dam < Fr. dam = dijk, dam die het water tegenhoudt.
Etymologische woordenboeken verklaren het Franse woord dame of het Spaanse woord dama = schaakkoningin als een nieuwe betekenis van het woord dame of dama = aanzienlijke vrouw. Zitten die er dan helemaal naast? Ja. De samensteller van een etymologisch woordenboek krijgt niet de tijd om elk woord uitgebreid te onderzoeken, het boek zou nooit verschijnen. Ik verkeerde zelf in de positie er enige jaren voor uit te kunnen trekken!

Het Nederlands leent uit het Frans
 Het Nederlands ontleende in de loop der tijd heel veel woorden aan het Frans. Daaronder ook woorden met de doffe A en de heldere AA. Wat deden onze voorouders met die twee klinkers? Wel, de Nederlanders handhaafden altijd de Frans doffe A en de Franse heldere AA. Drie voorbeelden. In de 12e eeuw ontleenden onze voorouders het Franse woord bac = kom; zij handhaafden de doffe A: bak. In de 13e eeuw ontleenden onze voorouders het Franse woord dame = aanzienlijke vrouw; zij handhaafden de heldere AA. In de 18e eeuw ontleenden zij het Franse woord dame = schaakkoningin; zij handhaafden de heldere AA. Mijn oudste bewijsplaats is het schaakboek van Philippus Stamma, “Proeven van het schaakspel”, uit 1766. Zie voor meer bewijzen Stoep 1997:132.
Dammende Vlamingen namen in de 15e (?) eeuw drie woorden van Franse dammers over: het zelfstandig naamwoord dam = damschijf en promotierij, het zelfstandig naamwoord dammes = damspel en het werkwoord dammer = een damschijf laten promoveren tot dam.
Ik zoom even in op het woord dam. Nederlanders die het damspel spelen zeggen: “Ik loop naar dam” en “Ik haal dam”. In deze twee zinnen betekent het woord dam promotierij. Ik noem dit de topische betekenis van het woord dam. Het woord dam betekent ook gepromoveerde schijf. Dit noem ik de materiële betekenis. Wij zijn ons van het verschil tussen de topische en de materiële betekenis niet bewust, want dammers gebruiken de topische en materiële betekenis van het woord dam door elkaar: in “Ik haal dam” heeft dam een topische betekenis, in “Ik haal een dam” een materiële betekenis.
Terug naar de 15e (?) eeuw. Vlaamse dammers ontleenden als gezegd het Franse woord dam in de topische betekenis promotierij en in de materiële betekenis damschijf. Het huidige Nederlands kent het woord dam nog in de betekenis promotierij. De materiële betekenis is echter veranderd. Tot laat in de 17e eeuw noemden Nederlandse dammers de damschijf dam. De naam voor de gepromoveerde damschijf was dubbele dam, letterlijk “twee schijven op elkaar”.
Het woord dam betekent vandaag gepromoveerde damschijf. Die betekenis bezit het woord sinds ongeveer 1700. De damschijf heet sindsdien schijf of steen.
Genoeg over damwoorden, ik stap over op schaakwoorden.

Schakers
 Schrijvers van schaakboeken gebruikten vroeger het woord dam in de betekenis rij waar de schaakpion promoveert. Kersteman [1786, 1808]: “De pionnen hebben genen anderen loop, dan regtuit voorwaarts op het bord, telkens ééne ruit, tot zij aan dam of op den rand der tegenpartij stuiten”. Zuylen van Nyevelt 1792:61: “de Pions niet ver van Dam”. Dit is de topische betekenis. Op de afbeelding een witte pion die op het punt staat te promoveren op de dam.
Schaakpion promoveert
Bij het topische woord dam hoort het werkwoord dammen, in de betekenis een pion laten promoveren. Henryk Takama (zie voor hem hoofdstuk 40) schrijft in 1659: [de ruiten] “die Soldaaten of voet-gangers door mosten om gedampt te worden”. Het werkwoord dammer komt ook voor in het woordenboek van Pierre Marin, in 1786 bewerkt door John Holtrop. Holtrop geeft als Nederlands equivalent van het Franse werkwoord damer het werkwoord dammen, met de toelichting (in ’t schaakspel).
Is het mogelijk dat Nederlandse schakers het zelfstandig naamwoord dam en het werkwoord dammer in een vroeg stadium hebben ontleend aan het Frans, bijvoorbeeld in de 15e eeuw? Het is mogelijk maar niet waarschijnlijk: schakers gebruikten namelijk een woord waaruit met zekerheid invloed van dammen op schaken blijkt: de benaming voor de gepromoveerde pion. In de 17e eeuw noemde Takama de gepromoveerde schaakpion een dubbele dam, zie hoofdstuk 40. Het woord dam betekent in die tijd schijf. Takama leende hier een woord uit de damtaal om uit te leggen wat er op het schaakbord gebeurt.
In de 18e eeuw verdwijnt dit dubbele dam uit het damjargon, omdat het woord dam rond 1700 gepromoveerde damschijf gaat betekenen. We zien daarna dit woord dam in de betekenis gepromoveerde pion bij schakers terug. Zuylen van Nyevelt schrijft: “de Pions niet ver van Dam” (topische betekenis) naast een pion die “ten minsten een Dam haalen moet” [1792:69] (materiële betekenis, zie het lidwoord: een Dam). Dit woord betekent dus schaakkoningin ontstaan door promotie.
De Nederlandse schaakhistoricus Van der Linde onderscheidt in 1877 zes schaakstukken: koning, dam, looper, paard, roch, pion. Het woord dam krijgt hier betekenisuitbreiding van gepromoveerde koningin tot koningin, al dan niet ontstaan door promotie.
Louis Gans schrijft in zijn schaakboek van 1923 (“Het schaakspel”) blz. 23: “Men noemt dit ook wel dam of dame halen”. Gans gebruikt het topische woord dam en het materiële woord dame als synoniemen.
In 1903 noemt Herman Johannes den Hertog het woord dam in de betekenis schaakkoningin verouderd, maar in de druk van zijn boek van 1937 staat het woord nog steeds.

De eerste Nederlandse schaakboeken
 Wat ik hier allemaal te berde bracht is lastig te verstouwen, ik ben het me ten volle bewust. Om het goed te maken in hoofdstuk 42 een luchtiger verhaal over de eerste Nederlandse schaakboeken.