Hoofdstuk 39

39. Triktrak in Nederland
 Dit hoofdstuk is een voorbereiding op hoofdstuk 40. Om meer te weten te komen over de positie van het schaakspel en het damspel in de Nederlanden van de 17e eeuw, is het noodzakelijk de positie van het triktrakspel te bepalen. Het is de zoveelste opmerking die ik in deze trant maak: een bordspel moet worden bestudeerd in samenhang met andere bordspelen. Ik neem af en toe een kijkje over de grenzen van de 17e eeuw.
Ik maak gebruik van twee bronnen: de literatuur en de beeldende kunst. Ik ga eerst in op de literaire bronnen.

De 17e-eeuwse Nederlandse literatuur
 Ik reproduceer de bronnen in Stoep 1984:94-5.
(1) Het ambacht van dees stad, en die daer in hoveeren / In ’t spelen op de kaert (…) / Of na des teerlinx loop op ’t ticketack te spelen , / Met allerleye list de schijven om te deelen, / Verkeeren of premier, la force of duyvel-jacht (…).
Theod. P. Pers, Wonder-wercken van Bacchus. Amsterdam 1624-8:127-8.
(2) Heer waert kom voort, ’t verkeerbort voor den dagh, / Of een gladde kaert, of yets dat Monsr. vermaecken mach; / In somme, den verkeerder weet het soo te rekenen, dat hy door sijn verkeren / En ander spel, wel op Monsr. beurs mach leegh gaen.
Noosemans, Beroyde student, 1646; ed. Ph. van Moerkerken, Sneek 1899.
(3) Maar zulke bloets wil ik niet reekenen (..), die zouwen ’t beter in de kroeg by ’t verkeerbort klaren, so daar wat te makelen waar.
Waltes, Klucht van de bedrooge gierigaart. Amsterdam 1654.
(4) (…) comt ten oordeel gy thuyssers en geeft rekeninghe van de daghen die ghy in t’verkeerberdt besteedt, die ghy met de kaert en de teerlinck over-gebracht hebt.
Geeraerdt van Wolsschaten, De doodt vermaskert met des weerelts ydelhey afghedaen. Antwerpen 1654:327.
(5) Gy die eens hebt getroeft, en somwyl ook verkeert, / Het dient te deser uur ten vollen afgeleert.
Jacob Cats, Ouderom en buyten-leven. 1656; ed. 1726 deel 3:342b.
(6) Wie met de teerling speelt, verteert zijn geld heel arm, / So hij verkeert, verkeert zijn lachen in gekarm.
Vos, voor 1667. Ed. Alle de gedichten. Amsterdam 1726.
(7) Indien den ouden tot den teerlingh is genegen / Den jongen aept het na; hy heeft een berd gekregen.
Jacob Westerbaen, Ockenburgh. Den Haag 1672:115.
(8) Wie dickwels naar het ticktack loopt, / Weet dat dit selden renten koopt.
Adriaen Poirters, Teirlinck-kaertjen, vóór 1675; geciteerd door Schotel 1868.
(9) Een ebbenhout verkeerbortje, met swarte en witte yvoore schijven.
Thomas Asselyn, De spelpenning of verkwistende vrouw. 1693. Ed. Amsterdam 1726:30). Het gaat om de aankoop van het triktrakbord door een vrouw.
(10) Optrekker Snap-op speelt dan dit dan dat, maar meest, / Speelt hy den dronken bloet, den slemper, en het beest. / Dan troeft, dan tiktakt hy, dan leyt-hy een verkeertje.
Koddige en ernstige opschriften, op luyffens, wagens, glazen, uithangborden, en andere taferelen. Amsterdam 168 deel 1:67.
(11) Hy (…) gaf vry gelagh / Aen schuymers, tuyschers, loose vincken: / Dan werde met dit snoe geboeft / Verkeert, geticktackt en gettroeft: / De minste schae was droncke drinken.
Simon van Baeaumont, Gedichten (17e eeuw). Gepubliceerd door J. Tideman 1843.
(12) Ghy dobbelt, ghy verkeert terwijl Busquoi noch jong de les der wijsheyt leert.
(?) Vossius, Alle de wercken. Brugge 1701.
(13) Nu eens gewandeld langs de winkels, daar ze tappen / Ei luister! hoe de tiktakschyven klappen.\
Jan de Regt, Slechten tyd. In Mengel-dichten (17e eeuw), Amsterdam 17182:12.
(14) En mit verkeeren kan hy elk zijn geld afloeren.
Pieter Langendijk, Don Quichot op de bruiloft van Kamacho. Ca. 1700, ed. 1711:384.
Aldegrever,_Heinrich_—_Socordia_—_1549

De 17e-eeuwse Nederlandse schilderkunst
 In zijn bijdrage aan de iconografie van de Nederlandse schilderkunst, wijst de Duitser Konrad Renger op het triktrakbord als symbool van de socordia, dat staat voor ondeugden als slonzigheid, onverzorgdheid, luiheid, dwaasheid, wellust en lediggang. Waarschijnlijk al sinds midden 16e eeuw. In 1548 maakt de Duitser Heinrich Aldegrever een serie gravures met deugden en ondeugden als onderwerp, waaronder een vrouw met een triktrakbord die staat voor de socordia. De Nederlander E. de Jongh over de symboliek van het triktrakspel in de 17e-eeuwse Hollandse kunst: het spel wordt meestal verbonden met overmatig drankgebruik, vechten en wellust [1976:109]. In de veertien citaten zien we de door Renger en De Jongh genoemde symboliek terug. Op een hoger niveau kan het triktrakspel het menselijk leven symboliseren: zoals het gewone leven is triktrak een kansspel, het kan slecht en goed aflopen [Jongh 1976:110-1].

backgammon banner

De zondaars spelen op de opengeslagen speldoos (zoals dit typisch Engelse echtpaar).  De gesloten speldoos had altijd een 64-veldenpatroon en vaak een molenpatroon. Zie voor de speldoos hoofdstuk 33.
Veel 16e- en 17e-eeuwse tekenaars en schilders, aldus Renger [1970:9-16] gebruikten de bijbelse parabel van de Verloren zoon als motief. Ze zetten hem in een herberg, omringd door de verlokkingen van de wereld, gevaren die de mens bedreigen op het smalle pad der deugd. In de literaire kunst zien we hetzelfde, zie de citaten. Kunstenaars beelden niet de werkelijkheid uit, ze arrangeren deze [Renger 1970:13,44; Jongh 1976:6-18]. De herberg was in feite een allegorie voor het leven.
Binnen het allegorische raamwerk bezitten figuren en voorwerpen een allegorische functie. Een vrouw in de nabijheid van een drinkende man belichaamt bijvoorbeeld de onkuise liefde, de kat is een symbool van hoerenliefde [Renger 1970:67,80,130].

DCIM100MEDIA

De sociale positie van het triktrakspel
 Triktrak was een geliefd spel bij de middeleeuwse adel. De in hoofdstuk 13 geciteerde inventarisaties zijn echter voornamelijk Frans en geven dus vooral een beeld van de Franse middeleeuwse cultuur. De culturele contacten tussen de zuidelijke Nederlanden en Frankrijk waren echter nauw. Vlaamse schrijvers vertaalden bijvoorbeeld Franse ridderromans, die dan weer doorsijpelden naar het noorden.
Nederlandse inventarisaties van het middeleeuwse spelbord verschilden niet van de Franse. Enkele voorbeelden.
Post op een rekening voor graaf Willem IV van Holland uit de periode 1340-3: “2 scaecsborde ende scaecspel ende sciven”. De klerk noemt het bord hier schaakbord. De gewone naam is tafelbord (vergelijk Frans tablier). De stad Brugge bood tussen 1384 en 1407 de hertogin van Brabant aan “een scakebordt ende tafelbord (…) metten spele datter toe behorende was”.
Net als in Frankrijk was het triktrakspel dus in de middeleeuwen een eerzaam spel. Ook na de middeleeuwen, de Nederlandse literatuur en schilderkunst schetst een eenzijdig beeld van het triktrakspel. In de 16e eeuw stond bijvoorbeeld jonkheer Arend van Dorp bekend als een vaardige triktrakspeler, en Willem Frederik van Nassau-Dietz, stadhouder van Friesland, noteerde op 20 en 24 februari 1645 in zijn dagboek met vier heren te hebben getriktrakt.
Hans van Koolbergen vond twee triktrakborden in ca. 80 17e-eeuwse inventarissen in het stadje Weesp, bij een rijke inwoner en een inwoner uit de middenklasse [Koolbergen 1983:46].
In de 17e eeuw verovert vanuit het Midden-Oosten een nieuwe drank Europa: koffie. Het drinken van koffie buitenshuis komt in de mode: het koffiehuis komt op. In Nederland opent het eerste etablissement zijn deuren in 1656 [Wysenbeek 1994:36].
Het boek van Thera Francine Wijsenbeek in samenwerking met Pim Reinders (1994) geeft een beeld van het 18e-eeuwse koffiehuis. De clientèle bestond uit de welgestelden uit de samenleving: intellectuelen, hoogwaardigheidsbekleders, kooplieden [Wijsenbeek 1994:48-9]. Zij damden en triktrakten, aldus de schrijver Willem van Swaanenburg in 1725. De Frans-Nederlandse lexicograaf Pierre Marin in zijn woordenboek van 1710: “Het damspel is in de Hollandse Koffyhuizen wel bekent”. Marin woonde in
 Triktrak werd ook gespeeld in de herberg, het domein van de gewone man, schrijft Van Swaanenburg. Daar wordt ook gekaart. In het koffiehuis (nog) niet?
 In de tweede helft der 18e eeuw raakt het triktrakspel in het slop. Francq van Berkhey [1776:1431]: het vroeger zo algemene triktrakspel wordt alleen nog door enkele ouderen gespeeld. Koolbergen [1983:33,51] trof het laatste triktrakbord in een particuliere woning in Weesp aan in 1766, in een herberg in 1769. Wijsenbeek [1987:273] noteerde in 18e-eeuws Delft triktrakborden in alle milieus; vanaf 1770 nam het aantal triktrakborden sterk af.
In de tweede helft der 19e eeuw lijkt het triktrakspel weer wat op te leven. Marie van Dijk [1983:65] trof het bord aan in boedels van financieel en maatschappelijk welgestelde Nederlanders.

Notariële akten
 In tegenstelling tot de meeste Europese landen zijn in Nederland vele notariële archieven gespaard gebleven voor revolutie of ander onheil (dit is geen politieke uitspraak). Ze leveren een schat aan informatie op over het verleden, beantwoorden een menigte aan vragen. Zoals: Hoeveel rijke en arme families woonden er in de 17e eeuw in een stad als Delft? Wat bezat een rijke familie aan huisraad? En een arm gezin? En sociale klassen tussen deze uitersten in.
Tot het huisraad behoorde vaak ook spelmateriaal. Daaronder in elk geval de speldoos, want zie de afbeeldingen in de kunst. De schrijvers, zie de paragraaf De 17e-eeuwse Nederlandse literatuur, gebruiken de namen ticketack (1, 8) en verkeerbord (3, 4, 9). Kennelijk waren dit spelspecifieke namen voor het triktrakpatroon, want de 17e-eeuwse Nederlandse notaris inventariseerde zelden een spelbord onder een van deze twee namen. De speldoos had dus een andere naam: dambord. Ik zie een parallel met Frankrijk: de Fransen noemden het meubel dambord: ze haalden het ding zo vaak uit de kast voor een potje dammen dat ze er een dambord in gingen zien, zie hoofdstuk 37.
Echter, een enkele keer komt ook de naam schaakbord in een akte voor. Waarom?: het 64-veldenpatroon maakte deel uit van de speldoos. En het zit het met het 100-ruitendambord? Dat zal ook dambord zijn genoemd. Twee puzzels voor hoofdstuk 40.

Triktrak: twee hoofdvariëteiten
 Ter afsluiting nog iets over de gespeelde variëteiten.
De teksten maken onderscheid tussen verkeren en ticktacken. Brusselaar Jan Mommaert gaf er in 1658 een boekje over uit onder de titel “Stichtelyck ende vermakelyck proces tuschen dry edellieden (…)”. Een der door hem opgevoerde personen geeft af op het verkeersspel: het duurt te lang en er valt weinig mee te verdienen. Hij prefereert Naemsch ticktack, dat in Brussel veel wordt gespeeld. In Frankrijk heeft hij Groot-ticktack geleerd. Deze hoofdvariëteiten hebben dan nog allerlei ondervariaties.
Vraag: is Groot-ticktack hetzelfde spel als het Franse Grand Trictrac? Parlett [2018:86] noemt Grand Trictrac een 18e-eeuwse naam en variëteit.