Hoofdstuk 14

14. Ja, schaakprietpraat
 Het gangbare middeleeuwse spelbord was opvouwbaar en tweezijdig bespeelbaar: aan de ene kant had het een 64-veldenpatroon en aan de andere kant een triktrakpatroon, valt uit inventarisaties op te maken. De vier uit de middeleeuwen bewaard gebleven borden zijn van dit type. De meubelmaker leverde er standaard een set schijven en een set schaakstukken bij. Mijn voorzichtige conclusie: de hogere standen uit het westen speelden in de middeleeuwen triktrak en schaak, ze hadden geen voorkeur.
Aschaffenburger bord b                               Aschaffenburger bord a
                                                                     Middeleeuws spelbord

Ik gebruik het woord voorzichtig, want ik wil meer zekerheid, en die denk ik te verkrijgen uit de volgende inventarisaties van borden en stukken die ik selecteerde uit de lijst achter de link van hoofdstuk 13.
Voor het schaakspel:
1380. Ung tablier et les eschetz (een bord en schaakstukken).
1412. Ung eschiquier et un marellier et est garni d’eschéz (een schaakbord en een lijnendambord, met de bijbehorende schaakstukken).
1418 (1420?). Un tablier et le jeu des eschiéz (Een spelbord en schaakstukken).
1469. Ung eschiquier garny par des eschés (Een schaakbord met schaakstukken).
1502. Une bouète en la quelle a des eschès (Een doosje voor schaakstukken) en Ung tablier pour servir auxd. eschès (Een bord voor de vermelde schaakstukken.
Voor het triktrakspel:
1410. Ung tavelier et les taules (Een triktrakbord (?) met schijven).
1412. Un tablier pour juer as tables, avec les tables (Een spelbord met schijven om triktrak te spelen).
1417. Ung tablier garni de tables (Een triktrakbord (?) met schijven).
1467-77. Ung tablier et ung eschiquier garni de tables (Een triktrakbord en schaakbord met schijven).
1470. Une bourse à mettre les tables d’un tablier (Een zakje voor triktrakschijven).
Schijven + schaakstukken:
1396. Un tablet et quatre autres tables et six pyonnés (Vijf schijven en zes pionnen (?)).
1408. 1 jeu d’esches et de tables (een stel schaakstukken en een stel schijven).
De aantallen ontlopen elkaar niet, zodat ik met meer vertrouwen concludeer: de hogere standen speelden in de middeleeuwen triktrak en schaak, de inventarisaties wijzen niet op een voorkeur voor het ene of het andere spel. Deze conclusie is strijdig met wat “men” me altijd heeft ingefluisterd, namelijk van een schaakspel dat alle andere bordspelen, inclusief het triktrakspel, ver overvleugelde.
Vanaf hoofdstuk 15 laat ik zien dat de geijkte visie over het middeleeuwse schaakspel absoluut niet deugt. Hier alvast een voorzichtige kanttekening. Schaakhistorici karakteriseren het middeleeuwse schaakspel als een sloom en eigenlijk saai spel. Hoort daar geen voorzichtige nuancering bij in deze trant?: “Een potje triktrak was veel opwinderder dan een potje schaak; zouden die adellijke heren en dames niet vaker getriktrakt dan geschaakt hebben?”
Ik schakel even terug naar hoofdstuk 9. In het handschrift dat eind 13e eeuw de bordspelen beschreef die werden gespeeld aan het hof van koning Alfonso X van Castilië en León, kreeg het schaakspel verreweg de meeste aandacht. In hoofdstuk 9 trok ik daaruit de conclusie dat het hof met zijn Arabische invloeden veel en graag schaakte. De inventarisaties in hoofdstuk 13, voor het overgrote deel Frans, brengen me evenwel aan het twijfelen. Is het mogelijk dat de grote aandacht voor het schaakspel in het Alfonso-manuscript domweg het gevolg is van de beschikbaarheid van schaakcomposities die ze kenden uit de Arabische literatuur?