Hoofdstuk 26

26. Het damspel in ontwikkeling
 Sultan Ratrout uit Jordanië heeft een overzicht gemaakt van alle hem bekende damspel-variëteiten: Checkers families and rules_October 12, 2018
Zie voor aanpassingen
http://www.academia.edu/28503616/A_Guide_to_Checkers_Families_and_Rules.
Ratrout gaat het overzicht aanvullen met varianten van lijnendammen.
Sultan_ratrout                                                                                   Sultan Ratrout

Het overzicht is vast niet compleet. Opvallend is de grote verspreiding samen met de vele verschillende variëteiten, combinatie die kan wijzen op een hoge ouderdom van het spel. Het damspel is inderdaad heel oud: het werd hoogstwaarschijnlijk 500 n.C. al gespeeld, zoals onderzoek via de taal uitwijst, zie hoofdstuk 23.
Hoofdstuk 23 eindigde met een vraag: “Waarom circuleerden er in het vulgair Latijn twee namen voor het lijnendamspel?”
Ik zoek een antwoord via het westerse axioma dat een samenleving continue in ontwikkeling is en dat die ontwikkeling verloopt van simpel naar gecompliceerd. Op dit axioma baseer ik een reconstructie van het ontstaan van het damspel. Ik zeg het met nadruk: een reconstructie, met alle onzekerheden van dien.
Ratrouts’s overzicht bevat twee hoofdcategorieën: variëteiten met een korte dam en variëteiten met een lange dam. Hanteer ik m’n axioma, dan moet de lange dam jonger zijn, want die geeft gecompliceerder spel. Ik onderscheid twee ontwikkelingsmomenten.
In een gebied dat het huidige Spanje, Italië en Frankrijk omvat, speelde men een spel op een lijnenbord. Op het diagram de aanvangsstand. De stukken schoven en sloegen in drie richtingen: voorwaarts, zijwaarts en achterwaarts.
alquerquebord Vóór 500 n.C. kreeg een speler een geweldige brainwave: hij bedacht de promotie. Dit is het eerste ontwikkelingsmoment. De stukken die we op het bord zien werd de mogelijkheid ontnomen in achterwaartse richting te schuiven en te slaan. Een stuk dat doordrong tot de basisrij van de tegenstander promoveerde, dat wil zeggen mocht weer in alle drie de richtingen schuiven en slaan. Het gepromoveerde stuk was kort, zoals bijvoorbeeld de dam in het huidige Engelse en Italiaanse damspel (zie weer Ratrout’s overzicht).
Na 1000 n.C. vinden we dit spel terug in de drie Romaanse talen onder de naam merelles (Frans), marella (Italiaans) en marro (Spaans). Deze namen gaan alle drie terug op het Latijnse woord marrus = steen, spelschijf.
Een onbekende Latijn sprekende stam bedacht een innovatie: het gepromoveerde stuk schoof en sloeg voortaan langs hele rijen, kolommen en diagonalen. Dit is het tweede ontwikkelingsmoment. De nieuwe variëteit kreeg een naam die teruggaat op het Latijnse woord calculus = steen, spelschijf.
Na 1000 n.C. vinden we de nieuwe variëteit in Spanje terug onder de naam querque in een manuscript dat eind 13e eeuw werd aangeboden aan koning Alfonso. Dit gebeurde in Sevilla, een stad in een regio met Arabische invloeden. De lange dam vinden we in meer landen met Arabische invloeden, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten en Turkije, zie Ratrout. Delen van Spanje hadden na de inval der Moren in de 8e eeuw lang een dominante Arabische cultuur. Het lijkt aannemelijk dat Spanje de lange dam dankte aan de Moren, door hen meegebracht bij hun invasie van Spanje.
De Romaanse cultuur echter bleef in Spanje bewaard; de woordenschat van het Spaans bijvoorbeeld ging en gaat grotendeels terug op het Latijn. Dit verklaart waarom de schrijvers van 16e- en 17e-eeuwse Spaanse damboeken het damspel bij de Latijnse naam marro noemen. Het spel zelf echter is met z’n lange dam om zo te zeggen Arabisch.
Deze reconstructie beantwoordt de vraag waarom het middeleeuwse damspel twee namen had.

 Via het damspel in Rusland doe ik nog een stapje verder terug in de tijd. De Russen dammen met een lange dam. Indien ik aanneem dat het Russische damspel die lange dam van oudsher bezat ‒ik herhaal, het is slechts een aanname‒ rijst de vraag waar die dam vandaan komt.
Welnu, een volger van deze site, Jeremy Main, verbonden aan het Warburg Institute ‒een instituut dat nauw samenwerkt met de Universiteit van Londen en is aangesloten bij de School of Advanced Study met de focus op de studie van cultuurhistorie‒ wees me op de Goten, een Germaanse stam waarvan de leden zich in de 4e eeuw n.C. over grote delen van Europa hadden verspreid, van Zuid-Rusland tot aan wat nu de grens is tussen Nederland en Duitsland. Stel dat het de West-Goten waren die het damspel met de korte dam uitvonden en later de Oost-Goten de variëteit met de lange dam. De lange dam der Oost-Goten werd door dammers in Rusland overgenomen, en ook door een Arabische stam. De West-Goten bleven dammen met een korte dam.
Een zwakte van deze interpretatie zijn de Latijnse namen die het damspel kreeg. Als gezegd waren de Goten Germanen, en het ligt niet voor de hand dat ze hun uitvinding een Latijnse naam gaven. Anderzijds kan het damspel zijn Latijnse naam hebben gekregen toen deze werd overgenomen door Latijn sprekende stammen en z’n oorspronkelijke naam hebben verloren.

 Ik recapituleer. Waren het de Goten, een Germaanse stam, die het damspel uitvonden? Of waren het Latijn sprekende Germaanse stammen op het grondgebied van het huidige Spanje, Italië en Frankrijk? Op basis van de naamgeving kies ik voor de tweede optie, maar zekerheid heb ik niet. Maar ach, onzekerheid is inherent aan reconstructies uit eeuwen die zover achter ons liggen.