Hoofdstuk 11

11. Doordringen in het verleden
 Mijn linguïstische exercitie onder de link van hoofdstuk 10 staat me toe een stuk verder in het verleden door te dringen. Wat kan ik met de informatie dat het spel alquerque de doze in het Alfonso-handschrift damspel is?
Ten eerste kan ik de opkomst van de Franse spelnaam dammes verklaren. De hovelingen van koning Alfonso damden eind 13e eeuw op een lijnenbord. In de eerste helft van de 14e eeuw gaan dammers hun spel spelen op het schaakbord, in welk land weet ik niet. Ik weet wel waar dat “nieuwe” spel een naam kreeg: in Frankrijk. Dammen op het schaakbord heeft een ander karakter dan dammen op het lijnenbord; het is op het geruite bord bijvoorbeeld moeilijker om een dam te halen, zodat er minder dammen op het bord zullen verschijnen. Vergelijk beide diagrammen. En dit gaf aanleiding dammen op het geruite bord een eigen naam te geven.

alquerquebord                           draughts board

Het wordt nu ook duidelijk waarom Lorenço Valls eind 16e eeuw in zijn damboek het damspel marro de punta noemde, letterlijk “diagonaal marro”, vergelijk weer beide diagrammen.
Ik wil met nadruk stellen dat dammen op het geruite bord intrinsiek niet verschilt van dammen op een lijnenbord. Een heleboel middeleeuwers ervoeren het ook als zodanig, wat verklaart dat ze zoals blijkt uit de namen van 16e- en 17e-eeuwse Spaanse damboeken damden op het geruite bord en tegelijk vasthielden aan de aloude naam voor dammen op het lijnenbord.
Een praktische vraag: hoe gaven Alfonso’s dammende hovelingen een dam aan? In het westen zet de dammer twee schijven op elkaar, maar met pionvormige stukken gaat dat niet. In het Midden-Oosten wordt in de 21e eeuw nog steeds met opstaande stukken gedamd, hoe markeren de spelers van vandaag een dam? “In Jordanië moet de speler onthouden welk stuk of welke stukken zijn gepromoveerd”, aldus Sultan Ratrout, een dammer uit Jordanië. “En in Libanon eveneens”. Een enkeling vindt dat niks, die legt een pion op z’n kant om een dam te markeren, aldus Ratrout.
Nederlandse dammers die in de herfst van 1999 deelnamen aan een damtoernooi in Manama, de hoofdstuk van Bahrein, keerden met hetzelfde verhaal terug. Er waren spelers uit Koeweit, Quatar, de Verenigde Emiraten, Jordanië en Bahrein. “Met de bolvormige stukken kon je geen dam aangeven”, aldus de Nederlanders Cock van Leeuwen en Jan Wielaard, “je moest onthouden welke stukken waren gepromoveerd”.
De gravure in het damboek van de Spanjaard Joseph Carlos Garcez uit 1684 (rechtsonder) echter toont twee soorten stukken: pionvormige en stukken die lijken op de loper in het moderne schaakspel. Waarom hij wél? Voor Garcez was dammen geen onschuldig tijdverdrijf, zoals voor de hovelingen in Sevilla eind 13e eeuw en voor de spelers in Bahrein eind 20e eeuw; hij was intensief met het spel bezig, componeerde eindspelen met schijven en dammen. Dat is een grote belasting van het geheugen, neem dat van me aan: ik ben componist met de titel Internationaal Grootmeester.
De Engelse bordspelspecialist David Parlett houdt blijkens de herdruk van zijn “History of Board Games” (2018) op blz. 243-4 vast aan de traditionele interpretatie van alquerque als spel zonder promotie. “Waarom?”, vroeg ik hem. “Vind je mijn linguïstische analyse in 1997 en 2005/2007 niet overtuigend?” Zijn bezwaar bleek te berusten op de afbeelding van alquerque uit het Alfonso manuscript (linksonder). “Met de pionvormige stukken kan een speler geen gepromoveerd stuk aangeven”, aldus Parlett. “En ik zie geen extra stukken met bijvoorbeeld het model van de huidige loper”. Ik hoop zijn bezwaar te hebben weggenomen.
garcez 1684 (3) alfonso alquerque-12
De nieuwe informatie over de spelnaam alquerque opent een poort om het verleden verder te ontsluiten en op zoek te gaan naar de ouderdom van het damspel. Dan rijst een vraag als: tot in welke eeuw kan ik het pad volgen? En: ligt die eeuw voor of na het ontstaan van het schaakspel? Want ze blijven intrigeren, die overeenkomsten tussen dammen en schaken.
Maar eerst wacht een andere vraag: hoe zat het met de populariteit van het damspel in de periode waarover we spreken, zeg tussen 1000 en 1500? Deze vraag beantwoord ik in hoofdstuk 12.