Hoofdstuk 29

29. Middeleeuws dammen: het slaan
 De Franse schrijver François Rabelais nam in zijn satire “La vie estimable du grand Gargantua, père de Pantagruel” (1532?) een lijst met spelen op (bijvoorbeeld geciteerd door Mehl [1990:493-5]; zie Jansen 1996). Daarin komen twee verschillende namen voor het damspel voor, namelijk dames en forçat, variant forcés.
De spelnaam forçat komt eenmaal voor in het Engels, verengelst tot perforce, in “The French garden for English ladyes and gentlewomen to walke in” (1605), een leerboek Frans, geschreven door Peter Erondell. Zie ook Jeanneret & Depaulis 1999:18. Volgens de Amerikaanse Juliet Fleming [ELH, Vol. 56, No. 1 (Lente 1989), pp. 19-51], is het leerboek slechts een voorwendsel om een mannelijk publiek erotische verhalen met vrouwen in de hoofdrol voor te schotelen. ELH is de naam van een tijdschrift uitgegeven door de John Hopkins University in het Amerikaanse Baltimore. Erondell noemt drie namen voor het damspel: draughts, perforce en pleasant [Stoep 2007:119].

Vrij slaan
 Net als perforce is pleasant een gelegenheidsvertaling, de Franse naam is plaisant.
Pierre Mallet zegt in zijn boek: “Het damspel wordt gespeeld op twee manieren; de ene manier heet forçat, de andere plaisant [1668:321]. Plaisant is een variatie met vrij slaan: een speler mag slaan maar is er niet toe verplicht. “Plaisant is een kinderachtig spelletje”, vindt Mallet.

Gedeeltelijke slagplicht
 Mallet is de laatste bron die deze oude variëteit noemt: “Wanneer twee Fransen een partij willen dammen, spreken ze af of ze spelen zonder of met slagplicht” [1668:324].
Wat Erondell perforce en Rabelais forçat en forcés noemt, heet in het Nederlands blazen. De regel werd zeer waarschijnlijk geïntroduceerd in de 15e eeuw, waar is onbekend. Bij blazen is een speler verplicht een aangeboden schijf te slaan op straffe van verlies van de schijf die in gebreke blijft. De tegenstander neemt deze schijf van het bord, ertegen blazend. Of er ook een dam kon worden geblazen weet ik niet.
Blazen is een slimme manier om te voorkomen dat de tegenstander straffeloos een langere slag ontwijkt. Met twee goed nadenkende dus langzame spelers kreeg het damspel een ander karakter: je moet nóg beter opletten. De invoering van de blaasregel bewijst dat er spelers waren die speelden met hun hersenen en niet met hun vingers. En de vrij diepe eindspelen in de 16e-eeuwse Spaanse damboeken moeten het resultaat zijn van een voortraject van langdurige studie.
In die eindspelen gaat de slagplicht nog een grote stap verder: slaan is verplicht. Evenwel alleen in composities, in partijen gespeeld in de huiselijke sfeer en in openbare gelegenheden als het koffiehuis handhaafde de blaasregel zich tot in de 20e eeuw, in toernooien, althans in continentaal West-Europa ‒ van andere delen van de wereld weet ik niets ‒tot eind 19e eeuw.
Het damspel veranderde toen sterk: is het oorspronkelijk een strategisch spel, door de introductie van de slagplicht werd het daarnaast ook een combinatief bordspel. Vooral het damspel op het 100-ruitenbord heeft een grote rijkdom aan combinaties. Kijk maar naar de overzichten met combinaties die in de clubcompetitie worden uitgevoerd of gemist.
De blaasregel bleef niet beperkt tot Frankrijk, Engeland en Spanje: een Nederlands spreekwoordenboek uit 1550 bijvoorbeeld noemt de uitdrukking Hij kan poffen en blazen, geënt op deze regel; de betekenis is Hij kan van alles [Stoep 2007:69].
De blaasregel handhaafde zich tot in de 20e eeuw.

Dame soufflée

Frankrijk 18e eeuw: een dammer reageert woedend wanneer zijn tegenstander een schijf (in het Frans een dame) blaast. Hij heeft niet in de gaten dat zijn vrouw, zijn dame, er met haar minnaar vandoor gaat: de minnaar blaast zijn vrouw.

 Tegen een schijf blazen was niet het enige bizarre gebruik. In Frankrijk, aldus Quercetano (1722), moest een speler die de partij had verloren zonder een dam te hebben gehaald met z’n nagels over de onderkant van het bord krassen. En als je tegenstander je toestond een verkeerde zet terug te nemen, moest je het stuk in kwestie zoenen. 17e-eeuwse Engelse schakers deden iets dergelijks: een speler moest de onderkant van een stuk zoenen dat onreglementair sloeg.
De blaasregel kwam ook voor in het spel rithmomachia, dat in West-Europa werd gespeeld tussen de 11e en de 17e eeuw, zie de beschrijving in Cazaux & Knowton [2017:218] en in Parlett [1999,2018:336]. Kunnen we de vraag beantwoorden of rithmomachia, een moeilijk rekenspel voor nerds, de regel aan het damspel gaf dan wel het damspel, het spel van iedereen, de regel aan rithmomachia? Nee. Maar is het niet redelijk aan te nemen dat het populairste spel het minder populaire spel beïnvloedde?

Middeleeuwse puzzels
 Mijn linguïstische onderzoekingen leveren een eentonig resultaat op: in de middeleeuwen was dammen zeer, zeer populair. De middeleeuwse puzzelhandschriften echter bevatten schaak-, triktrak- en molenpuzzels. Dampuzzels ontbreken, dat ontkracht toch de resultaten van mijn onderzoek? Welnee. Natuurlijk ontbreken dampuzzels: die bestaan bij gratie van volledige slagplicht, en alles wijst erop dat de volledige slagplicht een na-middeleeuwse regel is. De 16e-eeuwse Spaanse eindspelen kwamen te laat om een plekje te krijgen in de middeleeuwse handschriften met puzzels.