Hoofdstuk 10

10. Damspel in 13e-eeuws Spanje
 Meerdere spelen in het Alfonso-handschrift dragen de naam alquerque. Drie ervan zijn voor mij relevant: alquerque de tres, alquerque de nueve en alquerque de doze.
alquerque de tresMolenspel 2x3

Alquerque de tres (drie) is ons boter-kaas-en-eieren of tik-tak-tor, de naam die ik in m’n jeugd leerde, maar niet gespeeld op papier maar op een bord. Het wordt gespeeld met 2×3 stukken, zie de twee bovenstaande afbeeldingen. Het doel is een molen te formeren, dat wil zeggen drie schijven op een rij te krijgen. Op het bord rechtsboven is dat de witspeler gelukt, hij wint de partij.
alfonso molenspel
Alquerque de nueve (negen), zie de afbeelding boven, is molenspel met 2×9 stukken. Ook in dit type molenspel is het doel een molen te formeren, maar ditmaal om een schijf van de tegenpartij van het bord te kunnen nemen.
De afbeelding hieronder geeft de aanvangsstand weer van een partij alquerque de doze (twaalf), een spel met 2×12 schijven. De klerk aan Alonso’s hof beschrijft twee kenmerken die het spel gemeen had met ons damspel: er wordt geslagen met de sprongslag en een slag mag worden voortgezet. De twee uitslagregels zijn identiek met de uitslagregels van ons damspel: wie geen stuk meer over heeft of is vastgezet, verliest.
Alfonso doze
Over dit derde spel, hierna kortheidshalve alquerque, is er onder bordspelhistorici discussie die draait om de vraag of het werd gespeeld zonder of met promotie.
Ik leg nu eerst uit waarom de drie argumenten die het nee-kamp in de discussie inbracht, niet deugen. Daarna zet ik uiteen waarom het ja-kamp volgens mij gelijk had.
Het nee-kamp componeerde partijfragmenten en riep: “Kijk eens wat een mooi spel alquerque is, het is zonder promotie heel goed speelbaar”. Dit is het eerste argument. Dat klopt, alquerque is zonder promotie heel goed speelbaar. Echter, een uurtje zoeken en ik hier kan vele boeiende schaak- en damfragmenten invoegen uit partijen waar nog geen pion of schijf promoveerde. Stel je voor dat een partij schaken of dammen pas ging boeien wanneer er pionnen of schijven promoveren. Dan zouden we al lang niet meer schaken of dammen, want wie heeft er nou zin in spelletjes met een lange saaie aanloop?
Het tweede argument is afkomstig van Harold Murray. Het damspel is uitgevonden door experimenterende middeleeuwers, stelde hij. Zij zetten de 2×12 stukken van het alquerquespel tegenover elkaar op één kleur velden van het schaakbord. Die bleven slaan met de sprongslag, maar ze kregen het recht te promoveren tot koningin. “De letterlijke betekenis van de Franse naam voor het damspel, jeu de dames”, bewijst dit [1952:75]. Waaruit Murray’s conclusie volgt: “Dat het damspel zijn promotie van het schaakspel kreeg, bewijst dat alquerque gespeeld werd zonder promotie”.
Afgezien van de kromme redenatie ‒want die gaat ook op wanneer alquerque promotie kende‒ deugt zijn etymologie van jeu de dames niet, zie hoofdstuk 2. Die naam is dus geen bewijs dat het damspel de promotie van het schaakspel leende.
Argument nummer drie is het ontbreken van een verwijzing naar promotie in de 13e-eeuwse beschrijving van alquerque. “Promotie is zo’n belangrijke spelregel, luidt het argument, “dat de klerk die zeker had genoemd”.
Naar mijn mening gaat dit argument te gemakkelijk voorbij aan het psychologische aspect. Ik licht dit toe aan een studie-ervaring.
De faculteit Nederlands van de Universiteit van Leiden heeft naast Linguïstiek en Letterkunde een derde poot: Taalbeheersing. In een werkgroep van de laatste poot hebben mijn medestudenten en ik ons een half jaar verdiept in de middelen waarmee een redenaar een publiek van zijn waarheid probeert te overtuigen.
Een ander interessant studieobject waren handleidingen bij elektronische apparatuur. Die werden vroeger in opdracht van de CEO geschreven door technici die alles van een bepaald apparaat weten. Echter, iemand die alles van een apparaat weet kan zich niet inleven in zijn arme buurvrouw, die zonder duidelijke uitleg niet begrijpt waarvoor de derde knop van boven op het zijpaneel dient en evenmin begrijpt dat ze die knop een halve slag linksom moet draaien. Gek werd ze ervan, die buurvrouw.
De klerk aan Alfonso’s hof die het alquerquespel beschreef was zo’n technicus, en wij zijn z’n buurvrouw: voor hem sprak de promotie zo vanzelf dat hij vergat deze te vermelden. Een gevalletje derde knop van boven. Doch dit is slechts een bijkomend argument, waarmee ik een scepticus uit het nee-kamp niet over de streep trek. Mijn twee hoofdargumenten doen dit hopelijk wel.
Mijn eerste hoofdargument is gebaseerd op computersimulaties. “Mijn linguïstische aanpak leidt tot de conclusie dat alquerque de doze werd gespeeld met promotie”, schreef ik de Zweed Mats Winther, een programmeur. “Ben je bereid een programma schrijven met en zonder promotie?” En ook met verschillende slagregels: vrij slaan en verplicht slaan? Maar daarover later. Hij was zo vriendelijk op mijn verzoek in te gaan.
Ik liet in elke variëteit twee computers tig partijen tegen elkaar spelen [Stoep 2007:138-40]. Het resultaat: zonder promotie bleek het spel onspeelbaar.
Mijn tweede hoofdargument is een linguïstische analyse. Die kan als lastig kan worden ervaren, en daarom stop ik deze achter een link. Klik hier. In hoofdstuk 11 bespreek ik de consequenties van mijn analyse.