Hoofdstuk 12

12. Schaakprietpraat
 “Hoe populair was het damspel tussen 1000 en 1500?, vroeg ik in het slot van hoofdstuk 11. Een uiterst lastige vraag. Ik leg uit waarom.
In Nederland is voetbal een grote sport. Op de sportpagina’s van mijn krant prijkt om de haverklap het portret van ene Leonel Messi, volgens de redactie ’s werelds populairste voetballer, nog vóór ene Cristano Ronaldo. Als bewijs voegt de redactie er dan een foto bij van een jongetje gehuld in het shirt van Messi. Het Afghaanse jongetje op de afbeelding had zelf een shirt gemaakt, van plastic. De Taliban maakte op Talibanse wijze bezwaar tegen deze ontheiliging van het beeld van de mens, zodat de familie naar Pakistan vluchtte (inmiddels zijn ze terug in Kabul (2018)) .
Dat Messi de populairste voetballer is, moet ik dat zomaar geloven? Heeft de krant vergelijkend onderzoek gedaan, honderden lui betaald om in de hele wereld jongetjes in shirtjes te tellen? Nee natuurlijk. Wel, dan mag ik het gezwets in de ruimte noemen, prietpraat.
jongetje in Messi shirt (Afghaans, gevlucht naar Pakistan)
De docent die ons studenten de principes van de taalkunde moest bijbrengen, had weinig vertrouwen in ons beoordelingsvermogen. Keer op keer zei hij met zijn sonore stem: “Praat niet als een kip zonder kop de grote massa na, ga op zoek naar de bron”. Nou ja, zo plat zei hij het niet, hij gebruikte een plechtige Duitse zin: “Die Quelle ist reiner als der Fluss”. In de collegezaal moest ik wel eens grinniken als hij er voor de zoveelste maal mee kwam, maar ik heb het wél onthouden. En zijn advies opgevolgd, in hoofdstuk 10 bijvoorbeeld. En nu weer.
Mijn hele leven heb ik gehoord dat het schaakspel het grote bordspel van de middeleeuwen was, ridders stonden ermee op en gingen ermee naar bed. M’n grootvader, een schaker, begon er al mee, ik was amper zes. In het indrukwekkende kasteel van Bouillon in de Belgische Ardennen wil de conservator het publiek een indruk geven hoe de bewoners van de burcht hebben geleefd. En wat doen de ridders in de vitrine?: ze schaken. Was dat de historische werkelijkheid? Zo ja, dan weet ik in elk geval dat het damspel in de middeleeuwse samenleving een vrij bescheiden plaats heeft ingenomen.
Bouillon, kasteel
Maar ik wil zekerheid hebben, en dus moet ik op zoek naar de Quelle. Wie kan dat wezen? Natuurlijk moet ik aankloppen bij een usual suspect als Harold Murray, door schakers aanbevolen als de grote historicus van hun spel.
Hoe weet Murray dat schaken in de middeleeuwen onder de adel het populairste bordspel was? Dat kan niet anders dan door middel van een vergelijkend onderzoek, dat wil zeggen onderzoek naar de populariteit van schaken vergeleken met triktrak, dammen, molenspel en alquerque. Dit onderzoek moet een duidelijk resultaat hebben opgeleverd. Zo niet, dan is Murray’s stelling dat schaken veruit het populairste spel was Messi-prietpraat, gezwets in de ruimte. En dus bladerde ik de 900 pagina’s van Murray’s hooggeprezen “A history of chess” door voor zijn verantwoording. En ik vond niets…
Mag ik de man daar hard om vallen? Ik twijfel. Wie zonder vergelijkend onderzoek iets of iemand uitroept tot de primus inter pares levert broddelwerk af. Maar er zijn verzachtende omstandigheden. Ten eerste beschikte hij niet als ik over de resultaten van linguïstisch onderzoek, een der middelen voor een vergelijking. Ten tweede baseerde hij zijn claim natuurlijk voornamelijk op de middeleeuwse fictionele literatuur, waar het schaakspel zo’n grote rol heeft, maar hij deed dit in een tijd dat er nog niet werd nagedacht over de vraag in hoeverre literatuur een betrouwbaar beeld van de werkelijkheid biedt. En ten derde wist hij weinig tot niets van de werkwijze van middeleeuwse schrijvers.
Vanaf hoofdstuk 13 ‒maar het getal voorspelt weinig goeds…‒ zet ik bij bordspelonderzoek nog nooit toegepaste middelen in in de hoop de positie van schaken, dammen en andere bordspelen te kunnen vaststellen.